astrid mellema                                   Fotografie               

 



zien

[met het oog waarnemen]


middelnl. sien, oudsaksich, oudhd. sehan, oudfries sia, oudeng. seon, oudnoors sja, gotisch saihwan, albaans soh [ik zie] mogelijk ook russ sokol

[valk, het scherp ziende dier];

waarschijnlijk is de idg. basis van zien identiek met die van lat. sequi [volgen] , gr. hepesthai, oudiers sechur,

litouws sekti;

wat de betekenis betreft is overeenstemming

tussen ‘zien’ en ‘volgen’ , ook ‘achternajagen’ niet ondenkbaar.




bron: etymologisch woordenboek

van dale

de herkomst van onze woorden

1990